Van de 4,9 kilometer is de start-finish het enige stuk dat vol kan. De rest slingert langs de Santerno op en neer: twee chicanes in de eerste sector, een halfblinde kruin bij Piratella, de klim naar Variante Alta, de lange afdaling door Rivazza. En alles tegen de klok in, buiten Interlagos en een handvol andere banen een zeldzaamheid, die coureurs vooral in de nek merken.
Hermann Tilke werkte de baan bij voor de Formule 1-terugkeer van 2020, maar sleutelde met mate. Smal bleef smal, inhalen bleef lastig. En het bleef Ferrari-land: geen fabrikant won hier vaker, Maranello ligt tachtig kilometer verderop in dezelfde Motor Valley, en op een racezondag zijn de heuvels van de tifosi.
Wat Imola verder van vrijwel elk modern circuit onderscheidt: het ligt niet op een vlakte buiten de stad, maar er middenin. De baan is een smal lint tussen het Parco delle Acque Minerali, de eerste heuvels en de woonwijken langs de rivier. Het begon in 1950 als een aaneenschakeling van voorstadswegen, en dat is er nooit helemaal uit gegaan: uitloopstroken zijn schaars. De krappe uitloop bij Tamburello werd in 1994 fataal, en in 2024 moest er opnieuw grind bij, onder meer bij Piratella en de Acque Minerali-bochten.
De stad krijgt er iets voor terug. Het park in het binnenveld is vrijwel het hele jaar open en sluit alleen voor de F1 en het WEC. Op open dagen mag iedereen de vijf kilometer te voet of op de fiets af, en doordeweeks lopen Imolezen er hun hardlooprondjes over hetzelfde asfalt waar in april de Hypercars staan.
Het plan voor een vaste baan kwam vlak na de oorlog van vier Imolese motorsportliefhebbers. De bekendste handtekening onder het project is een andere. Enzo Ferrari bezocht het glooiende terrein langs de Santerno in het voorjaar van 1948 en zag er direct wat in: door de natuurlijke hoogteverschillen kon hier, schreef hij later in zijn memoires, “een klein Nürburgring” ontstaan. Bij de eerste steenlegging in 1950 stond hij vooraan, en sportkoepel CONI legde er veertig miljoen lire bij; volgens Ferrari het eerste gebaar van het instituut richting de autosport.
De baan van ontwerper Checco Costa opende op 25 april 1953, met motoren. De auto's volgden in 1954 met meteen een affiche: Ferrari tegen Maserati in de Coppa d'Oro Shell. En de allereerste die het nieuwe asfalt in 1952 testte was, hoe kan het ook anders, een Ferrari, met wereldkampioen Alberto Ascari achter het stuur.
De familienaam kwam via een verlies in de baan terecht. Dino Ferrari, Enzo's zoon, stierf in 1956 op zijn vierentwintigste; in 1970 werd het circuit naar hem vernoemd. Toen Enzo zelf in 1988 overleed, kwam ook zijn naam erbij. Sindsdien heet het voluit Autodromo Internazionale Enzo e Dino Ferrari.
Zelfs de racenaam verraadt hoe graag Italië hier wilde racen. In 1980 nam Imola eenmalig de Grand Prix van Italië over van Monza. Dat beviel zo goed dat er vanaf 1981 een Grand Prix van San Marino werd verzonnen, vernoemd naar de ministaat tachtig kilometer verderop, puur om een tweede thuisrace op de kalender te krijgen. Die vlieger ging op tot en met 2006, met tribunes die volstroomden als een voetbalstadion.
- 1
Ooit een vlak-gas linkerbocht, sinds 1995 een chicane. De zwaarste remzone van de ronde, meteen na de start-finish, en de plek die de baan haar geschiedenis gaf.
- 2
De tweede chicane, vernoemd naar Gilles Villeneuve. Hard over de kerbstones; ritme meenemen is hier belangrijker dan één late remstoot.
- 3
De trage linker waar wordt ingehaald, of niet. Instabiliteit onder het remmen kost hier het meest van de hele ronde.
- 4
Piratella
T9 · Snelle linker
Een snelle, half-blinde linker over een kruin, met een afdaling erachter. Een bocht die om vertrouwen vraagt.
- 5
Acque Minerali
T11-13 · Dubbele rechter
Een afdalende dubbele rechterbocht op het laagste punt van de baan. De minimale snelheid die je hier meeneemt, bepaalt de hele klim die volgt.
- 6
Variante Alta
T14-15 · Chicane
De krappe chicane bovenop de heuvel: over de kerbs, maar niet te gulzig, want de landing straft af.
- 7
Rivazza
T17-18 · Dubbele linker
Een lange, afdalende dubbele linker met de traagste uitgang van het circuit. Geduldig gas hier wint de sprint terug naar start-finish.
Voor een zesuursrace betekent dat alles bij elkaar: baanpositie is goud. Inhalen lukt zelden, dus weegt de kwalificatie hier zwaarder dan op de meeste WEC-banen en verschuiven de kansen vooral in de pitstops. Tel daarbij hoogteverschillen die banden slopen en grind dat sinds 2024 dichter op de lijn ligt, en je hebt een opener die meteen laat zien welk team zijn zaken op orde heeft. Ferrari's thuisvoordeel is de vaste extra verhaallijn.
En wie de baan zonder raceweekend wil zien: het park is open. Je neemt de Tamburello gewoon in wandeltempo.
Het circuit in cijfers
- Locatie
- Imola, Emilia-Romagna · 40 km van Bologna
- Eerste steenlegging · opening
- 1950 · 25 april 1953
- Ontwerp
- Checco Costa
- Lengte · richting
- 4,909 km · tegen de klok in
- Herprofilering
- Hermann Tilke (2020)
- F1-ronderecord
- 1:15.484 · Lewis Hamilton, 2020
- Naam sinds
- Enzo e Dino Ferrari (1988)
- WEC
- Sinds 2023 · 2026: seizoensopener